preloder
Molen De Vriendschap

GESCHIEDENIS

Molen De Vriendschap werd in 1872 gebouwd. Hiervoor werd het achtkant van een gesloopte molen gebruikt. Deze achtkant werd op een twee zolders hoge, vierkant gemetselde onderbouw geplaatst. De onderbouw werd tot 1898 ook als woonhuis gebruikt. Reeds in 1892 werd een stationaire petroleummotor van 12 pk geplaatst. In 1933 werden de wieken uitgevoerd met het zogenaamde Dekker wieksysteem. In het zelfde jaar werden er ook twee silo’s en een jacobsladder in de molen geplaatst. In 1949 werd er een hamermolen geplaatst. Echter werd in 1952 gestopt met op windkracht malen en zijn ze volledig over gegaan op veevoer malen. Vrij snel werd het complete maalwerk verwijderd t.b.v. opslag ruimte en mengketels. In de loop van de jaren zestig kwamen er zes silo’s naast de molen te staan. De molen kwam hierdoor dusdanig in het nauw dat in 1967 de wieken, bovenas, staart en stelling werden verwijderd. Uitbreiding in 1976 met meerdere silo’s, brokkenpersen, mengketels, enz. volgden. Begin jaren negentig is verdere uitbreiding niet verantwoord en de veevoermaalderij werd stop gezet. Vrij snel hierna volgde de sloop van de moderne maalderij en de restauratie van de molenromp die aangekocht is door de gemeente Veenendaal. Op 19 december 1995 werd de compleet gerestaureerde molen officieel geopend door Z.K.H. Prins Claus.

De geschiedenis van molen De Vriendschap begint dus in 1872. In feite is het de opvolger van de reeds lang verdwenen Oude Molen op de Meulepol (aan de Terp waar nu het molenmonument staat) en die volgens overleveringen haar wiekenkruis in een orkaan verloren zou hebben. Deze ramp zou hebben plaatsgevonden in 1860. Historici trekken het verhaal echter in twijfel omdat de bouw van De Vriendschap pas plaats vond in 1872. De oude molen, een standaardtype, zou na deze orkaan niet meer hersteld zijn, waarna verval intrad, gevolgd door sloop in 1870. De vraag is waarvan de molenaar/eigenaar Wessel Klomp Jsz. leefde in de jaren tussen 1860 en 1872. Vast staat wel dat op 16 september 1872 molenaar Klomp, wonende te Stichts Veenendaal, eeuwigdurende erfpacht verwierf op een stuk grond gelegen aan de Nieuweweg. Het stuk grond was in eigendom van Evert van Veldhuizen en groot 16 roeden en 15 ellen. Op dit gunstig gelegen stuk grond liet Klomp een nieuwe molen bouwen. De plaats aan de Meulepol was qua biotoop sterk achteruit gegaan. Molenaar Klomp was iemand met een goede kijk op de toekomst, hetgeen blijkt uit het feit dat bij de nieuw te bouwen molen direct liet uitvoeren in het type achtkant stellingmolen, een molensoort die uitsteekt boven de omgeving. Uit de toegepaste bouwwijze en bewerking van de gebruikte bovenbouw van de molen De Vriendschap is mogelijk gebruik gemaakt van bestaande oude molen. Er zijn sterke aanwijzingen te dat het onderdelen zijn geweest van de in 1872 afgebroken papiermolen De IJver uit Wormerveer (bouwjaar 1781). Het werd een voor ons land weinig voorkomend type molen omdat de achtkantige bovenbouw geplaatst werd op een vierkante gemetselde onderbouw, een weinig voorkomende wijze van molenbouw. De molen kreeg twee koppels 17ders en een 16der koppel. Het wiekenkruis kreeg een vlucht van 23,50 meter.

Op 3 augustus 1891 verkocht ene Nicolaas Wolfswinkel, landbouwer te Amersfoort, de molen van Klomp aan de overgrootvader van de huidige molenaar Gert van Eden. Wolfswinkel kreeg de molen uit een erfenis. Jan Jacob van Eden woonde zelf tot 1898 in het tot woonhuis ingerichte deel van de onderbouw van de molen. Dat dit deel van de onderbouw als woonhuis werd gebruikt is nog steeds te zien aan de ramen die hier zijn aangebracht. Dit zijn typisch woonhuisramen die toegepast werden in die jaren. In her jaar 1898 verhuisde het gezin van Eden naar het inmiddels gebouwde molenaarshuis. De ruimte onderin was hard nodig voor het florerende maalbedrijf. Het ging molenaar Van Eden letterlijk voor de wind zodat hij al snel moest beslissen om de molen uit te breiden. Ondanks dat het een behoorlijke grote molen was, kon Van Eden de vraag naar gemalen grondstoffen niet meer aan. De capaciteit van de molen was wel groot genoeg, maar de wind liet het nog wel eens afweten. Moderne tijden kondigde zich aan. Op 22 januari 1898 kreeg Ven Eden van de gemeente Ede vergunning om onderin de molen een 12 pk stationaire Rennespetroleummotor te plaatsen. Als voorwaarde werd hierbij gesteld, dat er slechts een maximale hoeveelheid van twee vaten van elk 150 liter brandstof tegelijk in de molen opgeslagen mocht worden. De motor diende voor de aandrijving van de zestiender koppel maalstenen op een maalstoel. Gerrit Jan, de zoon van Jan Jacob, nam in november 1928 de maalderij en molen over van zijn vader voor een bedrag van ƒ 14000,-. Deze Gerrit Jan liet de molen al snel moderniseren. In 1933 werden de wieken uitgerust met het zogenaamde Dekker wieksysteem. In de molen werden twee silo’s van elk honderd mud aangebracht die de graan toevoer naar de maalstenen verzorgde. Voor het transport van het graan naar de solo’s wordt er een jacobsladder aangebracht zodat het slepen met zakken graan tot het verleden behoorde.

Ondanks al deze verbeteringen was de productie op wind energie onvoldoende. Er werd er in 1949 een hamermolen van 40 pk geplaatst. Als echte windmolenaar werd er tot 1952 op windenergie gemalen. Hierna was de vraag naar meel dusdanig groot geworden dat er over geschakeld werd naar grootschalig produceren van veevoer. Om ruimte temaken voor 13 silo’s moet het gaande werk in de molen wijken. Er komen bijgebouwen voor twee mengketels. Gerrit Jan droeg in 1960 de maalderij over aan zijn zoon Gert van Eden. In 1963 werd de maalderij voorzien van een verdieping in verband met verdere modernisering. Door de blijvende vraag kwamen in 1965 er grotere silo’s en een grote silo naast de molen. Hierdoor was de molen niet meer herkenbaar als molen. In 1967 werd een vergunning verleend om het wiekenkruis, bovenas, staart en stelling te verwijderen. Molenmaker Adriaans uit Weert klaarde deze klus waarbij de bovenas verkocht werd aan molenaar Loon in Hoeven (NB) eigenaar van de molen “De Toekomst”. Het rietdek werd nu ook vervangen door aluminiumplaten. In de volgende jaren werd de maalderij geautomatiseerd. Begin jaren negentig bleek het voor het bedrijf noodzakelijk om opnieuw uit te breiden. Mede door het ruimte gebrek op de huidige locatie en de grote financiële investering is er besloten de maalderij aan de Nieuweweg te sluiten. De apparatuur, klantenkring en personeel werd overgedaan aan maalderij E.J.Bos in Ederveen. Al snel werd het plan opgevat om de molen te restaureren maar om dit in eigenbeheer uit te voeren bleek financieel niet haalbaar. Na een lange en moeizame onderhandeling is de molen verkocht aan de gemeente Veenendaal. Op basis van het bestek opgesteld door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, werd een begroting opgesteld. De restauratiekosten bedroegen ruim ƒ 750000,-, waarvoor een bijna nieuwe molen afgeleverd zou worden. Molenmakerij Groot Wesseldijk voerde de restauratie uit. De molen is uitgevoerd met wieksysteem van Bussel met remkleppen, twee koppels 17der stenen, regulateurs, luiwerk, silo en een jacobsladder.