De molenaar vertelt dat Molen De Vriendschap in 1963 een ‘stortput’ kreeg. De stortput is een gemetselde bak met daarin een trechtervormig metalen binnenbak. Hierdoor verzameld het graan altijd naar een bepaald punt onderin de trechter. Vanuit dit punt gaat er een schroefvijzel de molen in. De put wordt afgedicht met een deksel die we met een lier kunnen openen. Door deze gedeeltelijk ondergrondse stortput is het mogelijk om grote hoeveelheden per keer aan te voeren. Tot dan werd het graan aangevoerd in jutezakken van 50 kilo of in balen van 80 kilo. De maalderij had een eigen vrachtauto met een laadvermogen van 2500 kilo voor de aanvoer. De vrachtauto werd meestal in een haven geladen, bijvoorbeeld in Wageningen. Omdat de vraag naar diervoer steeg was aanvoeren op deze manier ontoereikend en té arbeid intensief. Vandaag de dag brengt de vrachtauto 12.000 kilo graan.
En natuurlijk moet het hele traject steeds zorgvuldig gereinigd worden, en dan zit onze molenaar soms ‘diep in de put’.

Bij de restauratie, in 1995, is de stortput evenals de rest van het graan transportsysteem behouden. De schroefvijzel wordt gevormd door een stalenpijp met daaromheen een stalen plaat die spiraalsgewijs op de stalen pijp is gelast. Het geheel draait in een stalen bak. Deze schroefvijzel wordt met een elektromotor aangedreven. Omdat de stortput op een afstand van 6 meter van de molen staat loopt deze schroefvijzel onder het molenplein door en eindigt in de molen nu ook weer in een put.


